Nagelafwijkingen met foto's! KAN SCHOKKEND ZIJN!

Nagelafwijkingen kunnen veroorzaakt worden door doe het zelvers, niet of slecht opgeleide nagelstylistes, maar ook genetisch bepalend of door ziekte. 
Raadpleeg of verwijs altijd door naar een arts! 


ONYCHOPATHIE/ONYCHOSEN 
Algemene term voor ziekten/afwijkingen aan de nagel. Zie ook onychodystrophie en onychodyschromie (verkleuringen). 

ANONYCHIA 
(Congenitaal) ontbreken van nagels. 

HYPONYCHIA 
Onvolgroeide nagels. 

KOILONYCHIA (lepeltjesnagels) 
Concave (lepeltje) nagels aan enkele vingers, vaak dunne nagels met onychorrhexis. Geassocieerd met: ijzergebreksanemie, en Raynaudfenomeen. Ook t.g.v. mechanische invloeden; kan ook erfelijk voorkomen. 

NAIL-PATELLA SYNDROOM 
Autosomaal dominant syndroom, combinatie van nageldystrofie (anonychia, hyponychia, onychoschizis, lunula triangularis), aplasie of hypoplasie v.d. patella en andere botafwijkingen, afwijkingen v.d. tractus urogenitalis, oogafwijkingen, en hyperhidrosis palmoplantaris. 

ONYCHIA PUNCTATA (putjesnagels) 
Komt voor bij psoriasis. Zie ook onder onychopathieën bij dermatosen. 

ONYCHO-ATROPHIA, ONYCHOTROPHIA (atrophia unguium, ontontwikkelde of misvormde nagel) 
Smalle, kleine of misvormde nagels. Bij arteriëel vaatlijden, thromboangiïtis obliterans, Raynaud fenomeen, hyperthyreoïdie, cachexie, neurologische afw., lichen planus, Syndr. v. Netherton, Neotigason, Roaccutane. 

ONYCHOAUXIS 
Verdikking van de nagelplaat zonder verdere afwijkingen. 

ONYCHODYSTROPHIA MEDIANA CANALIFORMIS 
Longitudinale depressie, onregelmatige groef midden in de nagel, soms met onycholysis canaliformis. Meestal in de duimnagels. Congenitaal, traumatisch, na ontstekingen. Zie onder mediane canaliforme nageldystrofie van Heller. 

ONYCHOGRYPHOSIS (claw nail). 
Abnormale verdikte, te lange en harde nagel, die met een bocht uitgroeit. Wegfrezen of extraheren. 


onychogryphosis 


ONYCHOKERATOSE / HYPERKERATOTISCHE NAGELS 
Verdikking van de nagelplaat. Niet-specifiek symptoom, o.a. bij psoriasis. 

ONYCHOLYSIS (SEMILUNALIS) (partiële loslating v.d. nagel) 
Meestal distaal loslatend (onycholysis semilunaris). Vaak door subunguale maceratie door langdurige inwerking van water en detergentia, ook door mechanische belasting. Soms ontstaan smalle longitudinale holten (onycholysis canaliformis). Ook na trauma en hematomen. DD: psoriasis, onychomycose, bacteriëel. 

ONYCHOMADESIS (onycholysis totalis, totale loslating v.d. nagel) 
Meestal snel ontstaand, na trauma, hematoom, ontsteking. Ook bij alopecia areata, roodvonk, lichen planus, erytrodermie, phototoxische reactie (tetracycline), Lyell's syndroom. 

ONYCHOMYCOSE: zie onder mycosen. 


Onychomycose met Thrychopython Rubrum, links en rechts 


ONYCHOPATHIE: ECTODERMALE DYSPLASIE 
Bij ectodermale dysplasie kunnen de nagels dun zijn, langzaam groeien, en niet reiken tot de vingertop. 

ONYCHOPATHIE: HALF AND HALF NAILS (azotemic onychopathy). 
Distale deel is rood-bruin, proximale deel is wit. Bij 20-40% van patiënten met uremie. Vaak is ook de lunula verdwenen. Na herstel van de nierfunctie komt de normale nagel kleur terug. 

ONYCHOPATHIE: HORLOGEGLASNAGELS EN TROMMELSTOKVINGERS (drumstick fingers). 
De nagels zijn groot en convex, de distale phalangen zijn "knotsvormig" verdikt t.g.v. hyperplasie van het subcutane weefsel (geen bothyperplasie). Trommelstokvingers (en horlogeglasnagels) komen voor bij afwijkingen aan longen, hart of grote bloedvaten, en lever. Vaak geassocieerd met grote rechts-links shunts (cyanose, vaststellen aan tong; blauwe kleur ontstaat bij meer dan 3,3 mmol gedesoxygeneerd Hb/Liter (5,5 gram), bij anemie dus niet zichtbaar). De pathogenese is onbekend. Geassocieerd met: 
Hart/vaten: pulmonaire hypertensie, congenitale hartgebreken (met shunts), arterioveneuze shunts in long, m. Rendu-Osler, endocarditis lenta. Overige: chronische longziekten (TBC, bronchuscarcinoom, bronchiëctasieën, abcederende pneumonie, empyeem, idiopatische interstitiële fibrose, organic dust diseases (zelden), mucoviscoïdosis (cystic fibrosis), aandoeningen pleura, ontstekingen en tumoren, coeliakie (bij kinderen soms clubbing); levercirrhose, colitis ulcerosa, M. Crohn, hyperthyreoïdie, hypertrofische osteo-arthropathie van Pierre Marie Bamberger, pachydermoperiostosis (Touraine-Solente-Golé syndroom), familiaire vorm zonder betekenis. 

PACHYONYCHIA (CONGENITA) (syndroom van Jadassohn-Lewandowski). 
Hereditaire ectodermale dysplasie met sterke verdikking van de nagel (als bij onychogryphosis). 

PLATYONYCHIA 
Vlakke nagel, geen bolling; vaak door subunguale hyperkeratose. 

PSEUDOMONAS PYOCYANEUS (groen of bruinzwarte dyschromie + onycholysis). 
Pseudomonas in een nagel is meestal secundair aan andere nagelafwijkingen zoals een onychomycose of een onycholysis. Een gezonde nagel raakt niet zo makkelijk geïnfecteerd. Pseudomonas infectie komt ook voor onder kunstnagels en plaknagels, verspreiding op afdelingen via verplegend personeel met kunstnagels is beschreven. 
Therapie: Pseudomonas is lastig te bestrijden. Onderliggende nagelziekte zoals schimmel bestrijden, zieke nagel afvijlen, kunstnagels verwijderen. 

In ernstige gevallen kan een antibioticum nodig zijn. Sommige Pseudomonas stammen zijn gevoelig voor ciprofloxazine. Eerst kweken om diagnose te bevestigen, en gevoeligheid voor ciprofloxacine specifiek aanvragen. 




PTERYGIUM 
Nagels waarbij de nagelplaat beschadigd is, soms in twee losse delen doorgroeit, gescheiden door een bandje geëpithelializeerd nagelbed (bij lichen planus en Zinsser-Cole-Engman syndroom. 

PTERYGIUM INVERSUM UNGUIS 
Verdwijning subunguale groeve, prominentie v.h. hyponychium. Zeldzaam. Ook bij sclerodermie. 

RACKET NAILS 
Korte, brede nagels, distale phalanx is ook verbreed en tekort. Autosomaal dominant. Vooral bij vrouwen. 

YELLOW NAILS 
Alle of enkele nagels zijn verdikt, geelgroen, en groeien traag of niet. De lunula is niet meer zichtbaar. Onycholysis kan optreden. Geassocieerd met chronische bronchitis, bronchectasieën, lymfafvloedbeperking. 

ONYCHOPHAGIE (nagelbijten) 

ONYCHORRHEXIS (smalle longitudinale groeven, en abnormale kwetsbaarheid v.d. nagel). 
Komt congenitaal voor (zeldzaam). Meestal t.g.v. oplosmiddelen (zeep, alcohol, aceton). Ook bij hyperthyreoïdie, vitamine A of B deficiëntie, ondervoeding, ijzertekort, calciumtekort, en e.c.i. 

ONYCHOSCHIZIS, ONYCHOSCHIZIA 
Horizontale, lamellaire splijting v.d. top v.d. nagelplaat. Oorzaak onbekend, waarschijnlijk traumatisch, misschien door nailpolish, of ijzergebrek. 

ONYCHOTILLOMANIE 
Diverse oppervlakkige tot totale beschadigingen v.d. nagelplaat door pulken/ticks. 




Bronnen: 
www.Wikipedia.nl en www.huidziekten.nl 

ONYCHOGRYPHOSIS (claw nail). 












NAIL-PATELLA SYNDROOM 













Onychromycosis met Thrychopython Rubrum, links en rechts 










pseudonomas 

Reageren